Nieuws

 

Nieuwsbrief JANUARI 2018 van Euregio Laboratory Services te Maastricht

2018

 

Wij prijzen ons gelukkig met ons nieuwe laboratorium in Mönchengladbach in Duitsland. De ingebruikname van ons nieuwe laboratorium heeft ertoe geleid dat wij zo efficiënt als mogelijk kunnen werken, waardoor onze prijzen ook in de eerste helft van 2018 ongewijzigd kunnen blijven. Voor de details verwijs ik U naar de prijslijst op onze website (http://euregiolab.com). Vanuit ons nieuwe laboratorium hebt U als klant vorig jaar ook de beschikking gekregen over een inlogcode, waarmee U rechtstreeks de uitslagen van de door U ingezonden monsters kunt raadplegen. Vanzelfsprekend heeft inzending van monsters via NOX Night TimeExpress de voorkeur. Eventueel kunt U monsters natuurlijk verzenden per reguliere post, waarvan de bezorging overigens helaas minder trefzeker is. Nadere informatie ondermeer over de inlogcode en inzending via NOX Night TimeExpress wordt graag verstrekt door ons kantoor op telefoonnummer 043-3620700.


Bovenal wensen wij U een voorspoedig en gezond 2018 toe!


IgE seizoensgebonden groepentest


Een allergie is een abnormale immuunreactie getriggerd door een relevant allergeen. Een klassieke allergie wordt in de regel gemedieerd door IgE-antilichamen en manifesteert zich ondermeer in de huid of de respiratie-tractus, terwijl ook meerdere orgaansystemen bij dezelfde patiënt aangedaan kunnen zijn. De diagnose van een allergie is niet eenvoudig en met name gebaseerd op het klinisch onderzoek eventueel met de reactie op allergeen-eliminatie. Aanvullend onderzoek kan bestaan uit het direct aantonen van IgE/IgG-antilichamen in het bloed dan wel indirect middels huidsensibilisatie op basis van intracutane injectie van allergenen. IgE/IgG-serologie weerspiegelt de oorsprong van de allergie-cascade en moet dan ook worden gezien als een screeningstest.
Ook bij dieren komen helaas frequent IgE-antilichamen gericht tegen plantaardige koolhydraten voor. Als gevolg hiervan geeft de pollencomponent van de groepentest soms een vals-positieve uitslag. Een hoge reactieklasse in de pollencomponent van de groepentest is dan ook niet op voorhand valide. In de seizoensgebonden (pollen)differentiatie wordt een specifieke uitschakeling van deze IgE-antilichamen gericht tegen plantaardige koolhydraatstructuren in het vervolg dan ook standaard uitgevoerd (indien relevant), waardoor dit effect wordt opgeheven. Deze uitschakeling leidt tot valide (pollen)differentiatie-uitslagen van de seizoensgebonden IgE-antilichamen en is ook de reden van een eventuele lagere reactieklasse in de differentiatie van seizoensgebonden IgE dan in de groepentest. Dit effect speelt overigens niet in de drie andere componenten van de groepentest.


Voor U gelezen deze maand: Culicoïdesovergevoeligheid bij het paard


Lanz S, Brunner A, Graubner C, Marti E, Gerber V. Insect bite hypersensitivity in horses is associated with airway hyperreactivity. J Vet Intern Med. 2017 Nov;31(6):1877-1883.


Bij het paard is de term astma weer in zwang en wel ditmaal als paraplu voor het continuüm met aan de ene kant milde ‘inflammatory airway disease’ (IAD) aan de andere kant overgaand in ernstige ‘recurrent airway obstruction’ (RAO). Bij paarden die gepredisponeerd zijn voor astma zijn met name geïnhaleerde allergenen en irriterende stoffen cruciaal voor het optreden van hoest, bronchoconstrictie, verminderde gasuitwisseling en hyperreactiviteit van de luchtwegen. Een andere bekende vorm van hyperreactiviteit treedt bij het paard op in het kader van Culicoïdeshyperreactiviteit (oftewel staart- en maneneczeem). Een opmerkelijke bevinding is dat bij een aantal species hyperreactiviteit leidt tot meerdere uitingsvormen bij dezelfde patiënt. Zo zijn bij de mens, de kat en de hond het samengaan van astma met atopische dermatitis bekend. In onderhavige studie werd deze relatie voor het eerst bij het paard onderzocht met ondersteuning van aanvullende diagnostiek. De hypothese was dat Culicoïdeshyperreactiviteit gepaard gaat met astma. Hiertoe werden drie groepen paarden onderzocht. Het betrof dieren behept met staart- en maneneczeem al (n=23) dan niet (n=24) gepaard gaand met astma en een controlegroep (n=22) op basis van een vergelijkbare verdeling van geslacht en leeftijd. Naast een klinisch onderzoek werd van alle dieren door de eigenaar een tweetal vragenlijsten ingevuld betrekking hebbend op het voorkomen van respectievelijk staart- en maneneczeem en astma. Het aanvullend onderzoek bestond uit het meten van de arteriële zuurstofspanning en het uitvoeren van een histamine-provocatietest in combinatie met longplethysmografie. In het totaal werden 69 paarden onderzocht, waarvan 29 IJslanders, die evenredig over de drie groepen waren verdeeld. De drie groepen verschilden eveneens niet ten aanzien van de basale luchtstroom door de longen. In de controlegroep bleek een significant hogere histamine dosis nodig te zijn ter provocatie, terwijl de dieren in deze groep een significant hogere gemiddelde arteriële partiele zuurstofspanning hadden in vergelijking tot beide andere groepen. Het paard blijkt aldus ook niet uniek voor wat betreft het samen voorkomen van twee verschillende vormen van hyperreactiviteit bij dezelfde patiënt. In geval van staart- en maneneczeem verdient daarom de respiratie-tractus zeker ook nadere beschouwing. Culicoïdeshyperreactiviteit blijkt vooral gebaseerd op een type 1 (IgE/Th2) allergie, terwijl de immuunpathogenese van RAO eigenlijk nog vrij duister is.

 

Nieuwsarchief

 

Download Nieuwsbrief december 2017

Download Nieuwsbrief november 2017 

Download Nieuwsbrief oktober 2017

Download Nieuwsbrief september 2017

Download Nieuwsbrief juli 2017

Download Nieuwsbrief juni 2017

 

Euregio Laboratory Services in het Nederlands
Euregio Laboratory Services in het Engels
Euregio Prijslijst 2017
Euregio aanvraagkaart 2017
Verzend-/afnamemateriaal
DE